Kap nou eens met je ‘bandje’!

Mensen die mij langer of persoonlijk kennen, weten mijn sterke allergie voor het woord ‘bandje(s)’. Nu steeds vaker de positie van de muzikant en de status van cultuur in positieve zin onderwerp wordt van discussie, vind ik het totaal ongepast om het woord ‘bandje’ in dit debat (notabene zelf!) actief te houden.

“Ja ik ben een boertje. En heb een boederijtje met wat koetjes.”

“We hebben een kledingwinkeltje in Amsterdam waar we kleertjes en broekjes verkopen.”

“Al mijn hele leven ben ik buschauffeurtje. Lekker rondjes rijden met mensjes en busjes.”

Op geen enkele manier zou je deze mensen serieus nemen als ze zich zo zouden uiten over hun onderneming of baan. Gek genoeg nemen artiesten bijna standaard verkleinwoorden in hun mond als ze praten over iets waar ze toch serieus hard aan werken. OK, het is misschien nog niet waar het wezen moet: ‘ik heb een bandje’, ‘we nemen een EPtje op’ en ‘we hebben een singeltje uit’ is misschien wat het is, het geeft een uitstraling van “neem mij en dit alles vooral niet al te serieus.” Maar je wil g#dv*rd*mme toch wél serieus worden genomen?

Het artikel over de mogelijke eerlijke vergoedingen bij DWDD voor muzikanten is een illustratief voorbeeld: “DWDD betaalt bandjes met roem.” Zullen we gewoon eens kappen met jezelf nodeloos kleiner neerzetten dan nodig?

Het is op hélémaal niets gebaseerd, maar mijn gevoel zegt dat we als sector -dus industrie én muzikanten- onszelf (onbewust) blijven neerzetten als een sector waar het vooral ‘leuk aanklooien is’ door het veelvuldig gebruik van verkleinwoordjes. Want die lading krijgt het met dat (onbewuste) nederig formuleren van waar je mee bezig bent. Hoe moet de politiek of commercie je dan serieus gaan nemen?

Ik stel een taboe van 12 maanden voor op het woord ‘bandje’. Wie doet er mee? #jesuisunband

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *